Definitie duurzame inzetbaarheid.

Inmiddels zijn er al vele verschillende definities van duurzame inzetbaarheid te vinden op het internet. (Google levert maar liefst 30.000 hits op). In de meeste gevallen wordt het als een individueel kenmerk en een individuele verantwoordelijkheid beschreven. Meestal wordt het begrip verbonden met de begrippen gezondheid, competenties en motivatie. Soms, in lijn met ‘het huis van Ilmarinen’ wordt het woord verbonden met gezondheid,
competenties, waarden, attitudes en motivatie. Op de website van het ministerie van Sociale Zaken zijn 2 definities / omschrijvingen van duurzaame inzetbaarheid te lezen:

  1. In het kader van het Voorontwerp van wet Wijziging van de Arbeidsomstandighedenwet in verband met invoering van duurzaam inzetbaarheidsbeleid in het bijzonder voor zware beroepen (Wet duurzame inzetbaarheid in arbeid): “Het vermogen van de werknemer om tot aan de leeftijd waarop voor hem recht op ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet ontstaat, deel te nemen aan het arbeidsproces.”
  2. De andere definitie/omschrijving komt uit de tijdelijke subsidieregeling stimuleren leeftijdsbewust beleid:
    “Optimaal en duurzaam inzetbare medewerkers beschikken over een brede verzameling competenties en vaardigheden. Ze zijn bovendien bereid om deze in te zetten, niet alleen om hun huidige functie te vervullen, maar ook in een toekomstige andere functies. Tenslotte hebben optimaal en duurzaam inzetbare medewerkers een optimale lichamelijke en psychische gezondheid, waardoor ze huidige en toekomstige functies zo goed
    mogelijk kunnen uitoefenen. Zij verkennen periodiek hun mogelijkheden voor interne of externe loopbaanstappen.”

Vitalogisch.nl adopteert de definitie van Van der Klink en anderen. Hieronder de definitie van duurzame inzetbaarheid uit van der Klink e.a., 2010 in opdracht van ZonMW.

”Duurzame inzetbaarheid betekent dat werknemers in hun arbeidsleven doorlopend over daadwerkelijk realiseerbare mogelijkheden alsmede over de voorwaarden beschikken om in huidig en toekomstig werk met behoud van gezondheid en welzijn te (blijven) functioneren. Dit impliceert een werkcontext die hen hiertoe in staat stelt, evenals de attitude en motivatie om deze mogelijkheden daadwerkelijk te benutten.”

Lees meer over: